Archive for Duurzaamheid

Kantoren duurzaam renoveren als waardevaste investering

Met de groeiende leegstand en dreigende afwaardering van leegstaande gebouwen raakt de markt er (te) langzaam van doordrongen dat het een loont om een kantoor te renoveren naar een groen label. De RGD eist minimaal een Energielabel C en er is aangetoond dat deze kantoren inderdaad minder lang leegstaan en een hogere huurprijs opbrengen.

Sterker nog…

Het boek Gebouwen bewegen, de winst van duurzame kantoorrenovatie toont aan dat een energiesprong richting energieneutraal veel beter rendeert dan een stap naar een A-label. Kleinere stappen leiden niet tot uniek vastgoed terwijl een renovatie naar energieneutraal aan een nieuwe positionering van het kantoor bijdraagt.

Unieke duurzame kantoren

Een uniek kantoor, op een goede locatie, dat aansluit bij de specifieke wensen van de gebruiker heeft een sterkere aantrekkingskracht op zijn huurder en is daarom beter bestand tegen leegstand of dalende huurprijzen. Maar wat als je geen uniek kantoor hebt? De strategie die nu veel gevolgd wordt is stilzitten, hopen en wijzen naar de overheid.

Hoe telt je kantoor weer mee?

In het boek worden een viertal renovatiestrategieën uiteengezet waarmee je een kantoor opnieuw positioneert. Zeer duurzaam en zeer gebruikersgericht. Deze blijken tactisch handig om door de huidige crisis te komen en strategisch goed op weg naar een energieneutrale gebouwde omgeving.

Wist u dat:

  • Groene panden 10 procent meer huuropbrengst hebben?
  • 73 procent van de kantoorgebruikers duurzaamheid belangrijk vindt?
  • Ruim de helft van de kantoorgebruikers wil verduurzamen zonder te verhuizen?
  • De verkoopprijs per m2 van een label A kantoorgebouw gemiddeld 30 procent hoger ligt dan van een gebouw met een D-label?
  • Werknemers van groene organisaties 16 procent productiever zijn?

Bron: Platform Duurzame Huisvesting

Duurzaam gemeentelijk vastgoed

Met behulp van de Leidraad ’Verduurzamen meerjaren onderhoud van gemeentelijk vastgoed’ kunnen gemeenten hun planmatig onderhoud verduurzamen.

Duurzame Meerjaren Onderhoudsplanning (DMOP)

De Leidraad gaat in op verduurzaming van de meerjaren onderhoudsplanning (D-MOP). Dat houdt in dat energiebesparende maatregelen niet lukraak genomen worden, maar gecombineerd worden met het planmatig onderhoud. Zo kan bij het vervangen van kozijnen kan ook gelijk voor HR++ glas worden gekozen en ventilatieroosters worden geplaatst. Bij het vervangen van een ketel kan voor een HR-variant gekozen. “Het gaat in feite niet over duurzaamheid, maar over rationele investeringsbeslissingen”, stelt wethouder Huib van Olden van de gemeente Den Bosch in de leidraad. Met het behalen van klimaatdoelstellingen is meteen ook geld te besparen, wordt als een bijkomend voordeel genoemd. Gemeentehuizen, scholen, zwembaden of brandweerkazernes. Ze kunnen veel energiezuiniger in bedrijf zijn, maar hoe regel je dit in de Meerjaren onderhoudsplanning?

Stappenplan

De leidraad ‘Verduurzamen meerjaren onderhoud van gemeentelijk vastgoed’ geeft een stappenplan:

  1. Initiatief: het vinden van bestuurlijk draagvlak en het vormen van een projectteam.
  2. Verkenning: het inventariseren van doelstellingen en het opstellen van een projectbeschrijving.
  3. Inventarisatie: het actualiseren van de bestaande onderhoudsplanning en het opstellen van een pakket aan maatregelen.
  4. Definitie: het formuleren van ambities en scenario’s.
  5. Uitwerking: het uitwerken van de scenario’s tot business cases.
  6. Besluitvorming: de keuze voor een casus en dit bespreken met de gemeenteraad.
  7. Planning: het opnemen van de maatregelen in het onderhoudsplan.
  8. Realisatie en monitoring: het uitvoeren van de maatregelen en het monitoren van de prestaties.

De leidraad DMOP voor gemeenten is hier te downloaden.

Bron: Gemeente.nu

Verdienen met duurzaam onderhoud

Beheer en onderhoud staan op dit moment nog volledig los van duurzaamheid, waaronder energiebesparing en binnenmilieuverbetering. Traditioneel worden gebouwen onderhouden, zonder daarbij rekening te houden met duurzame maatregelen. Met DMOP komt daar verandering in.

Duurzaam_onderhoudDe onderhoudsadviseur ontbreekt het veelal aan specifieke kennis op het gebied van energie en binnenmilieu. Huidige meerjaren onderhoudsplannen worden opgesteld aan de hand van een functioneel technische beoordeling (conform NEN2767). Duurzame overwegingen en investeringen worden uitgesteld tot het moment van een grote renovatie. Door de energiekosten en/of andere (exploitatie)kosten en kwaliteitscriteria te betrekken bij onderhoudsbeslissingen, wordt een duurzame meerjaren onderhoudsplanning ook op strategisch niveau een belangrijk document.

MJOP als instrument voor duurzame gebouwkwaliteit

Met het meerjaren onderhoudsplan lijkt een zeer bruikbaar instrument voor verduurzaming van gebouwen binnen handbereik. In plaats van geruisloos de onderhoudsplanning te volgen, wordt in een duurzame aanpak per gebouwelement of gebouwgebonden installatie een bredere, duurzamere, afweging gemaakt. Zodat bij de vervanging van kozijnen bijvoorbeeld ook aan beter isolerend glas of aan ventilatievoorzieningen wordt gedacht, of bij de vervanging van een cv-installatie meer duurzame en/of energie-efficiëntere
systemen voor warmteopwekking overwogen worden. Een duurzame afweging kan echter ook leiden tot het eerder vervangen van gebouwelementen of aanvullend aanbrengen van kwaliteitsverhogende voorzieningen.

Duurzaam onderhoud loont

Er liggen belangrijke winstpunten in het verschiet. In een bredere, op een langere termijn gerichte afweging blijken veel maatregelen, die in eerste instantie een hogere investering vragen, financieel lonend. De waarde en aantrekkelijkheid van het gebouw worden verbeterd door bewust te kijken naar technologische ontwikkelingen en deze zo mogelijk ook toe te passen. Mensen zullen in deze gebouwen prettiger verblijven en werken wat ook tot een hogere arbeidsproductiviteit en betere prestaties kan leiden.

Duurzaam gebouwd: de termietenheuvel

TermietenheuvelTermietenheuvels worden wel eens bouwkundige wonderen genoemd, en terecht. Deze indrukwekkende constructies van aarde en speeksel zijn soms wel zes meter hoog. De wanden ervan zijn zo’n 45 centimeter dik en worden door de zon gebakken totdat ze zo hard zijn als beton. Sommige heuvels zijn letterlijk van de ene op de andere dag gebouwd.

De koningin

Vlak bij het middelpunt van de heuvel leeft de koningin, die elke dag een paar duizend eitjes kan leggen. Vleugelloze, blinde termietenarbeiders nemen de eitjes mee naar speciaal gebouwde cellen. Daar verzorgen ze de larven, als die eenmaal zijn uitgekomen. Maar het grootste wonder van de heuvel is misschien wel het ventilatiesysteem…

Ventilatie van een termietenheuvel

Warme lucht stijgt en door dit verschijnsel wordt de warmte, bedompte binnenlucht aan de bovenkant van de heuvel afgevoerd. Op strategische plaatsen onder in de heuvel zitten ventilatiegaten waardoor relatief frisse lucht binnenkomt. Deze stroomt via een ondergrondse kamer de heuvel in en circuleert vervolgens door de tunnels en cellen. Termieten openen en sluiten de gaten om de temperatuur waar nodig bij te stellen.

Temperatuur

De termieten hebben een constante temperatuur nodig om de schimmel te telen die als hun voornaamste voedselbron dient. Met behulp van de gereguleerde ventilatie door de kamers en tunnels wordt de temperatuur in de heuvel constant gehouden, ongeacht de wisselende omstandigheden buiten. In Zimbabwe kan de buitentemperatuur bijvoorbeeld variëren van 2 °C ’s nachts tot 38 °C overdag. Toch blijft de temperatuur binnen in de heuvel constant 31 °C.

Duurzaam gebouw

Het ontwerp van de termietenheuvel is zo indrukwekkend dat architecten een vergelijkbare techniek hebben toegepast op een kantoorgebouw in Zimbabwe. Het gebouw gebruikt slechts 10 procent van de energie die conventionele gebouwen van dezelfde afmetingen nodig hebben.

Meten is weten: monitoring

Het verlagen van het energieverbruik en de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving is al lang geen vrijblijvende optie meer. Het is een randvoorwaarde.

De EU heeft bepaald dat alle nieuwe gebouwen en grote herontwikkelingen in 2020 bijna geheel energie- en CO2-neutraal moeten zijn. Over dat ‘bijna geheel’ zal nog wel gediscussieerd worden, maar veel speelruimte zal door Brussel niet gegeven worden. Niet alleen vanuit de overheid, maar ook vanuit andere opdrachtgevers neemt de druk toe om rekening te houden met energieverbruik.

Labels

Duurzaamheidslabels dragen in belangrijke mate bij aan de meetbaarheid van de duurzaamheid van gebouwen. Denk aan keurmerken als Greencalc+, EPC, GPR Gebouw, LEED en BREEAM-NL of aan het energielabel voor gebouwen. De meningen over de werking van de meetmethodes en de toepasbaarheid ervan lopen echter sterk uiteen. Diverse methodes zijn nog volop in ontwikkeling en variëren in breedte en focus.

Is een duurzaam gebouw energiezuiniger?

Niet alleen de bouw van een pand, maar ook het gebruik is bepalend voor de mate waarin een gebouw energiezuinig is. De huidige duurzaamheidslabels zeggen niet altijd alles over de energie-efficiëntie van het gebouw zelf, maar vooral over de extra voorzieningen of installaties die eraan zijn toegevoegd. Hierdoor zijn uitvluchten mogelijk voor ‘greenwashing‘ en volstaat het dus niet om enkel een label te geven aan een gebouw. Door het energieverbruik tijdens het gebruik van het gebouw te meten, is pas echt te bepalen hoe energiezuinig het is.

Dynamische meetmethoden en een integrale aanpak

Een slim gebouw is zo slim als zijn gebruiker. In bestaande meetmethodes wordt te weinig rekening gehouden met het gedrag van de gebruiker. Een groot nadeel van veel meetmethoden is dat ze statisch zijn: een gebouw krijgt een waardering op basis van een eenmalige toetsing. De energiezuinigheid van een duurzaam gebouw wordt teniet gedaan als deze niet goed wordt gebruikt.

Duurzame gebouwen zijn gebouwen die duurzaam zijn én blijven in het gebruik, niet alleen ten tijde van de oplevering. Daadwerkelijk energie besparen vraagt om continu monitoren van het energieverbruik tijdens het gebruik van een gebouw. Dit biedt belangrijke kostenvoordelen voor de gebruiker. Daarnaast zorgt monitoring voor een belangrijke bewustwording die de adoptie
van nieuwe duurzaamheidsinitiatieven door eigenaar en gebruiker bevordert.

ESCO

Een ESCO, oftewel Energy Service Company, biedt de investeerder (veelal de eigenaar van het gebouw) financiële en technische ontzorging. Daarbij krijgt de investeerder de garantie dat een vooraf overeengekomen energiebesparing wordt gerealiseerd in een gebouw. Bij veel andere initiatieven ziet men ondanks de energiesparingsinvestering de toegezegde besparingen teruglopen gedurende de gebruiksfase. Een ESCO biedt een oplossing door het gebruik intensief te monitoren en tijdig te signaleren wanneer ingrijpen nodig is.

De belangrijkste aanbevelingen:

  • Het monitoren van duurzaamheid in de gebruiksfase geeft de mogelijkheid de werkelijke impact op waardecreatie vast te stellen.
  • Het intern en extern aantoonbaar maken van duurzaamheid is essentieel in de bedrijfsvoering.
  • Certificering maakt duurzame prestaties inzichtelijk en signaleert betrouwbaarheid.
  • Beleggers kunnen gebruikers helpen om te sturen op energielasten door te investeren in de ontwikkeling zoals ICT tools en slimme meters.