Archive for Nieuws

Workshop Energiemanagement

Wilt u professioneel en gestructureerd energie besparen in uw organisatie? Uw organisatie gericht verduurzamen op een praktische en bewuste manier? Door deel te nemen aan deze 10-delige workshop energiemanagement haalt u de kennis rondom dit onderwerp in huis. Op deze manier geeft u energiemanagement een vaste plek in uw organisatie.

Wat is energiemanagement?

Energiemanagement stelt een organisatie in staat energiebesparing op een professionele en gestructureerde wijze aan te pakken en onderbouwde keuzes te maken. Bij energiemanagement wordt energie binnen de organisatie behandeld als alle andere belangrijke bedrijfsonderdelen, zoals inkoop, verkoop, marketing, huisvesting, etc.

Opzet van de workshop

Tijdens de workshop leren de deelnemers stap-voorstap professioneel energiemanagement in hun organisatie in te voeren. Dit gebeurt op een manier die bij hun organisatie past. Theorie, praktijk en ervaringen wisselen elkaar af, waardoor de onderwerpen direct gekoppeld worden aan herkenbare situaties voor de deelnemers. Na iedere bijeenkomst krijgen de deelnemers een opdracht om mee aan de slag te gaan. Zo profiteert de deelnemer en de organisatie al direct van de nieuwe inzichten!

Onderwerpen

In tien bijeenkomsten komen diverse aspecten aan bod. Technische onderwerpen als duurzame technieken, nulmeting energieverbruik en energiemonitoring worden afgewisseld met financiële, juridische en bedrijfskundige onderwerpen. Denk hierbij aan ISO 50.001, MJA, wetgeving, subsidies en het opstellen van een duurzame meerjaren onderhoudsplanning. Ook het formuleren van doelstellingen, het opstellen van het meerjarenplan, prioriteitsstelling, investeringen en het implementeren van energiemanagement in de reguliere PDCA cyclus komen aan de orde. Voor meer informatie over de data van de workshop, de kosten en overige informatie vindt u in onze brochure.

Energielabel utiliteitsbouw verplicht

Er is momenteel veel te doen omtrent het energielabel voor woningen. Zo veel, dat bijna vergeten wordt dat op het energielabel voor utiliteitsgebouwen ook gehandhaafd gaat worden. Dit label heeft geen metamorfose ondergaan, is nog vrijwel gelijk aan het label bij de invoering in 2008. Nog steeds verplicht, maar nu dus ook sanctionering. Hoe zit dit?

Verplichting

Het energielabel is verplicht bij de oplevering, verkoop of verhuur van utiliteitsgebouwen, zoals kantoren, scholen, horeca, sporthallen en ziekenhuizen.

Per 1 januari 2015 ziet de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) toe op de naleving van de energielabelplicht. Dit betekent dat de ILT gaat controleren of het energielabel is overhandigd bij de verkoop, een nieuwe verhuur of de oplevering van een gebouw. De verkoper riskeert anders een boete die kan oplopen tot € 20.250,-.

Welke utiliteitsgebouwen moeten een energielabel hebben?

Het energielabel is verplicht voor alle gebouwen. Een uitzondering geldt echter voor:

  • gebouwen waarvoor geen energie gebruikt wordt om het binnenklimaat te regelen (zoals schuren en garages);
  • beschermde monumenten (volgens de Monumentenwet 1988 of volgens een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening);
  • gebouwen die worden gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten (zoals kerken en moskeeën);
  • gebouwen die bestemd zijn om te worden gebruikt voor het bedrijfsmatig bewerken of opslaan van materialen en goederen, of voor agrarische doeleinden (zoals fabriekshallen);
  • gebouwen die ten hoogste 2 jaar worden gebruikt, (tijdelijke bouwwerken (zoals bouwketen, noodwinkels, noodlokalen bij scholen of directie- en schaftlokalen op bouwplaatsen);
  • voor bewoning bestemde gebouwen die minder dan vier maanden per jaar worden gebruikt, en met een verwacht energieverbruik van minder dan 25% van het energieverbruik bij permanent gebruik (zoals recreatiewoningen);
  • woonboten;
  • alleenstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50 m2.

Energielabel in publieke gebouwen

Het energielabel moet op een voor het publiek zichtbare plek hangen in alle publieke gebouwen groter dan 500 m², mits er voor dat gebouw een energielabel is geregistreerd.

Publieke overheidsgebouwen groter dan 500 m² moeten altijd een energielabel laten maken en zichtbaar ophangen. Naar verwachting wordt per 1 juli 2015 de grens verlaagd naar 250 m². Het gaat om overheidsgebouwen waar vaak publiek komt (vaker dan incidenteel). Bijvoorbeeld ministeries, provincies, gemeenten, rechtbanken, waterschappen en stadsdeelkantoren. Het gaat ook om verhuurde ruimtes aan particulieren, groter dan 500 m², waar vaak publiek komt, bijvoorbeeld een sportschool.

Hoe weet ik of een gebouw al een energielabel heeft?

Via deze link kunt u controleren of een gebouw al een energielabel heeft.

Meer informatie of een offerte aanvragen

Senergy Consult kan u hierbij van dienst zijn.

Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Wat verandert er rond het energielabel?

Rondom het energielabel gaat veel veranderen, zowel bij woningen als bij de utiliteitsgebouwen. Het Nationaal Energielabel Congres op 8 oktober ging nader in op de verschillende veranderingen.

De Tweede Kamer is akkoord met het nieuwe, vereenvoudigde energielabel voor woningen. Dat vertelt Gerben Roest (BZK) aan het begin van het congres. Hij waarschuwt echter om scherp te blijven op de kwaliteit van het label. Bij huurwoningen is het energielabel al een veelgebruikt middel, maar veel particuliere woningen zijn nog zonder label omdat de meeste eigenaren geen interesse tonen in energiebesparing. Woningeigenaren zonder label krijgen vanaf begin volgend jaar een voorlopig energielabel opgestuurd. Ze kunnen dit eenvoudig omzetten in een definitief energielabel door het te registreren via internet. Roest verwacht dat de interesse in energiebesparing zal stijgen met de stimulerende maatregelen uit het energieakkoord, zoals het energiebespaarfonds en verruiming van de hypotheek. Het energielabel speelt daarin een belangrijke rol, aldus Roest.

Masterclasses

Na de plenaire bijeenkomst namen de congresgangers deel aan twee van de vier masterclasses. Deze gingen niet alleen over de wijzigingen met het energielabel voor woningen, maar ook over het energielabel voor utiliteitsbouw, dat sinds 1 juli 2014 verplicht is voor nieuwbouw.

Masterclass 1: Nieuwe vereenvoudigde energielabel woningbouw

Vanaf 1 januari 2015 wordt het vereenvoudigde energielabel verplicht bij transacties van woningen. Daarnaast zal het huidige systeem blijven bestaan als de ‘Energie Index’, die mede de huurwaarde bepaalt. Bij het energielabel vanaf 1 januari is een rol weggelegd voor de erkend deskundige. Bij de Energie Index blijft dit de EPA-opnemer en adviseur. Gerben Roest (BZK) gaf een lezing over wet- en regelgeving en het waarom van een nieuw systeem. Ed Blankestijn (RVO) sprak over de erkende deskundigen, onder voorzitterschap van Karin de Ferrante (F&B). Veel vragen kwamen uit de zaal, vooral over de rol en functie van de extern deskundigen. RVO gaf aan de dat eerste instructiebijeenkomsten op 8, 15 en 16 december plaatsvinden.

In de nieuwe systematiek ontvangen alle woningeigenaren een voorlopig energielabel, dat zij zelf moeten omzetten in een definitief label als zij hun woning willen verkopen of verhuren. Dit gebeurt via een webapplicatie die nog in ontwikkeling is. De woningeigenaar selecteert een erkend deskundige en stelt de benodigde bewijslast ter beschikking. In principe controleert de erkend deskundige via de web-applicatie de aangeleverde bewijsstukken op afstand. Alleen als de woningeigenaar hulp wil bij het aanpassen van de woningkenmerken of bij het verzamelen van de bewijsstukken kan de rol van de erkend deskundige groter zijn.

Masterclass 2: Energie-Index op basis van het Nader Voorschrift

Vanaf 1 januari 2015 treedt het Nader Voorschrift bij NEN 7120 in werking. Hierdoor komen er wijzigingen in de bepaling van de Energie-Index (EI) van bestaande woningen. De waarde van huurwoningen is afhankelijk van de Energie-index.

Tijdens deze masterclass ging Joris Berben van BuildDesk, medeopsteller van het Nader Voorschrift, in op de verschillen tussen de oude en de nieuwe methode. Door introductie van het Nader Voorschrift sluit de methodiek voor de Energie-Index aan op de relevante normen NEN 7120, NEN 1068 en NEN 8088. De nieuwe methodiek is wat genuanceerder dan de huidige methodiek uit ISSO publicatie 82.1. Rekentechnisch liggen de grootste verschillen in het tapwater (nu mogelijk meerdere systemen in te voeren), ventilatie (rekenkundige correcties) en transmissie (o.a. isolatie kruipruimte). Door de wijziging is de getalswaarde van de EI niet meer te vergelijken met de huidige getalswaarde. Ondanks de doelstelling om woningen zoveel mogelijk dezelfde energieklasse te laten houden, zijn hier kleine verschillen in ontstaan. Ongeveer 60% blijft in dezelfde klasse, 37% verschuift één klasse en 3% verschuift twee klassen. 3 scans bij in totaal 27.500 woningen laat ongeveer hetzelfde resultaat zien. De meeste reacties uit het publiek gingen over deze verschillen in labelklasse en hoe zij dit hun klanten (woningcorporaties) uit moeten leggen.

Arjan Broers (Senergy Consult) sprak over de opname in de praktijk. Hij verwacht dat de opnametijd voor de adviseur slechts enkele minuten langer zal duren, afhankelijk van kennis en ervaring. Extra op te nemen items voor de thermische schil zijn de perimeter, de veranderde manier van de oppervlakte (binnenwerks in plaats van buitenwerks), zonwering en overstekken voor glasvlakken en kruipruimte isolatie. Verder zijn afgiftesystemen voor verwarming, koeling en PVT systemen toegevoegd. Vanwege deze nieuwe systemen is het ook mogelijk voor meer onderdelen kwaliteitsverklaringen in te voeren. Zowel de huidige verklaringen als de verklaringen voor NEN 7120 mogen straks toegepast worden in de nieuwe methodiek.

Masterclass 3: Energielabel nieuwbouw utiliteitsbouw

Sinds 1 juli 2014 is het energielabel voor nieuwe utiliteitsgebouwen verplicht. Dat houdt in dat de EPC bij oplevering aangetoond moet worden. Dat kan via twee methoden, vertelde Kees Arkesteijn (ISSO). De basismethode is gelijk aan de methode die tussen 2011 en juli 2014 is gebruikt. In de detailmethode is de EPC niet direct om te rekenen naar het energielabel, maar moet het label worden bepaald door informatie tijdens het bouwproces vast te leggen. Afwijkingen zijn binnen een bepaalde marge toegestaan, maar daarbuiten is een herberekening van de EPC nodig. Bij 80 procent van de utiliteitsgebouwen was een herberekening nodig, zegt Arkesteijn. Hij baseert zijn uitspraak op een pilotproject van Nieman in het voorjaar van 2012 en een pilotproject van DWA rond de jaarwisseling van 2012 en 2013.

Maurits Laven van BuildingLabel gaf onlangs het eerste energielabel voor nieuwe utiliteitsgebouwen af. Door de gewijzigde methoden om het energielabel te bepalen moet hij intensiever samenwerken met andere partijen. Als de bouwer kiest voor andere isolatie moet dat worden doorgegeven. Ook gaan niet alle EPC-berekeningen goed. In dat geval moet de berekening opnieuw worden uitgevoerd. Dat kost zo een paar uur extra tijd. Een labelaar kan het verzamelen van bewijzen zelf uitvoeren, maar ook uitbesteden. Belangrijk is dat dit gaat volgens de normen van ISSO, zoals een foto maken van het isolatiemateriaal. Laven sprak over een case bij een keukencentrum, waarbij andere isolatie werd gekozen. Uit controle met een foto bleek dat dit net paste binnen de marges voor de EPC.

Masterclass 4: Kwaliteitsverbetering van het EPA-U label

Raymond Moelard van Enerdeco vertelde over het rapport van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de conclusies die hier uit voort kwamen. Hij besprak de meest geconstateerde fouten bij het opnemen van een EPA-U label, de oorzaken van deze fouten en oplossingsrichtingen voor deze fouten. Roel Jonkman vertelde welke drie instrumenten FedEC wil inzetten om de kwaliteit van het EPA-U label te verbeteren. Deze instrumenten zijn: bijscholing voor EPA-U adviseurs, verbetering van het energielabel via het Plein Overheid (PLEIO) en de erkenningsregeling. Ewoud van der Koogh ging dieper in op de erkenningsregeling en vertelde waarom deze regeling er moet komen, wat de erkenningsregeling toevoegt aan kwaliteitsverbetering en hoe de regeling georganiseerd zal gaan worden. Na deze drie presentaties was er ruimte voor een discussie met de aanwezigen. Er werden veel interessante vragen gesteld en meningen gedeeld. De input van de aanwezigen zal worden meegenomen in het verbeteringsproces van het EPA-U label.

Bron: Fedec

Samen voor een CO₂-neutraal Breda

Veertig procent van de CO₂-uitstoot komt voor de rekening van bedrijven. Dit moet en kan beter volgens het Bredaas Energie Initiatief (BEI). Dit samenwerkingsverbond verenigt zo veel mogelijk bedrijven, instanties en organisaties om samen te werken aan hun duurzaamheid en de uitstoot van CO₂ te verminderen. Op donderdag 20 februari a.s. ondertekenen twintig koplopers uit Breda in het Bosch-gebouw aan de Kapittelweg een convenant tijdens de bijeenkomst ‘Slim samenwerken aan een CO₂-neutraal Breda’.

Doel van het convenant is de uitstoot van CO₂ binnen drie jaar met minimaal tien procent te verminderen. Aangesloten bedrijven en instellingen beslissen zelf wat zij kunnen en willen doen om dit doel te bereiken. Volgens het BEI valt er veel winst te boeken: bedrijven kunnen energie besparen, van elkaar leren en elkaar inspireren. Tevens levert een energiebesparing op den duur vaak ook geld op. Het mes snijdt dus aan twee kanten.

Deelnemers

Bedrijven en instanties die zich inmiddels aangesloten hebben bij dit duurzame initiatief en hun handtekening die avond zullen zetten zijn Gemeente Breda, Alphabet Nederland, Avans Hogeschool, BOnDS Coöperatie, Waterschap Brabantse Delta, Tempas bouwmanagement, Eco-Technologies, Energy-Guard, Fietsersbond Breda, Gevelscan, Gimbrere Makelaardij, Hezelaer Energy, Jacobs Elektro Groep, JJAdvies, Korteweg Bouw, Nassaufarma, NedMobiel, Prinsentuin College, Rasenberg Holding, SOAB en Tilburg-Bastianen. Namens de Gemeente Breda zal Cees Meeuwis, wethouder Economische Zaken, het convenant tekenen.

Dat steeds meer bedrijven in Breda zich aansluiten bij het convenant is niet gek. Duurzaamheid is tegenwoordig niet alleen maar een idealisme, maar ook pure noodzaak: energiebronnen raken uitgeput en veel klanten eisen van een bedrijf of instantie dat het zuinig om gaat met de planeet.

Logo BEIWilt u weten wat u als onderneming kunt doen? BEI nodigt geïnteresseerden van harte uit om aanwezig te zijn bij de ondertekening van het convenant of een afspraak te plannen voor meer informatie.

  • Wanneer? Op 20 februari, tijdens de bijeenkomst ‘Slim samenwerken aan een CO₂-neutraal Breda’ van Gemeente Breda
  • Waar? Bosch-gebouw, Kapittelweg in Breda
  • Hoe laat? Van 17.00 uur tot 19.00 uur

Meer informatie

Voor meer informatie over BEI en de ondertekening van het convenant kunt u contact opnemen met Arjan Broers van BOnDS Coöperatie U.A. (076-3020022 of arjan.broers@bonds.co.nl). Deze zelfstandige coöperatieve vereniging bestaat uit zeven Bredase ondernemers die samenwerken op het gebied van duurzame ontwikkeling. Zij voeren de projectleiding van het BEI en nemen ook deel aan het convenant.

Herhalingsonderzoek betrouwbaarheid energielabels bij utiliteitsbouw

Bij elk transactiemoment (verhuur of verkoop) van onroerend goed moet een maximaal 10 jaar oud energielabel worden getoond. In 2008/2009, 2010 en 2011 heeft de voormalige VROM-Inspectie onderzoeken uitgevoerd naar het gebruik en de betrouwbaarheid van deze energielabels bij woningen.

In 2011 is een onderzoek naar de betrouwbaarheid van energielabels bij utiliteitsgebouwen uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn in maart 2013 door de minister van Wonen en Rijksdienst aan de Tweede Kamer aangeboden met de toezegging dat er in 2013 een herhalingsonderzoek zou worden uitgevoerd.

In dit rapport van 19 november 2013 zijn de resultaten van dit herhalingsonderzoek naar de betrouwbaarheid van energielabels bij utiliteitsgebouwen (kortweg ubouw) opgenomen.