Tag Archive for bestaande bouw

Energielabel utiliteitsbouw verplicht

Er is momenteel veel te doen omtrent het energielabel voor woningen. Zo veel, dat bijna vergeten wordt dat op het energielabel voor utiliteitsgebouwen ook gehandhaafd gaat worden. Dit label heeft geen metamorfose ondergaan, is nog vrijwel gelijk aan het label bij de invoering in 2008. Nog steeds verplicht, maar nu dus ook sanctionering. Hoe zit dit?

Verplichting

Het energielabel is verplicht bij de oplevering, verkoop of verhuur van utiliteitsgebouwen, zoals kantoren, scholen, horeca, sporthallen en ziekenhuizen.

Per 1 januari 2015 ziet de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) toe op de naleving van de energielabelplicht. Dit betekent dat de ILT gaat controleren of het energielabel is overhandigd bij de verkoop, een nieuwe verhuur of de oplevering van een gebouw. De verkoper riskeert anders een boete die kan oplopen tot € 20.250,-.

Welke utiliteitsgebouwen moeten een energielabel hebben?

Het energielabel is verplicht voor alle gebouwen. Een uitzondering geldt echter voor:

  • gebouwen waarvoor geen energie gebruikt wordt om het binnenklimaat te regelen (zoals schuren en garages);
  • beschermde monumenten (volgens de Monumentenwet 1988 of volgens een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening);
  • gebouwen die worden gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten (zoals kerken en moskeeën);
  • gebouwen die bestemd zijn om te worden gebruikt voor het bedrijfsmatig bewerken of opslaan van materialen en goederen, of voor agrarische doeleinden (zoals fabriekshallen);
  • gebouwen die ten hoogste 2 jaar worden gebruikt, (tijdelijke bouwwerken (zoals bouwketen, noodwinkels, noodlokalen bij scholen of directie- en schaftlokalen op bouwplaatsen);
  • voor bewoning bestemde gebouwen die minder dan vier maanden per jaar worden gebruikt, en met een verwacht energieverbruik van minder dan 25% van het energieverbruik bij permanent gebruik (zoals recreatiewoningen);
  • woonboten;
  • alleenstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50 m2.

Energielabel in publieke gebouwen

Het energielabel moet op een voor het publiek zichtbare plek hangen in alle publieke gebouwen groter dan 500 m², mits er voor dat gebouw een energielabel is geregistreerd.

Publieke overheidsgebouwen groter dan 500 m² moeten altijd een energielabel laten maken en zichtbaar ophangen. Naar verwachting wordt per 1 juli 2015 de grens verlaagd naar 250 m². Het gaat om overheidsgebouwen waar vaak publiek komt (vaker dan incidenteel). Bijvoorbeeld ministeries, provincies, gemeenten, rechtbanken, waterschappen en stadsdeelkantoren. Het gaat ook om verhuurde ruimtes aan particulieren, groter dan 500 m², waar vaak publiek komt, bijvoorbeeld een sportschool.

Hoe weet ik of een gebouw al een energielabel heeft?

Via deze link kunt u controleren of een gebouw al een energielabel heeft.

Meer informatie of een offerte aanvragen

Senergy Consult kan u hierbij van dienst zijn.

Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Wat verandert er rond het energielabel?

Rondom het energielabel gaat veel veranderen, zowel bij woningen als bij de utiliteitsgebouwen. Het Nationaal Energielabel Congres op 8 oktober ging nader in op de verschillende veranderingen.

De Tweede Kamer is akkoord met het nieuwe, vereenvoudigde energielabel voor woningen. Dat vertelt Gerben Roest (BZK) aan het begin van het congres. Hij waarschuwt echter om scherp te blijven op de kwaliteit van het label. Bij huurwoningen is het energielabel al een veelgebruikt middel, maar veel particuliere woningen zijn nog zonder label omdat de meeste eigenaren geen interesse tonen in energiebesparing. Woningeigenaren zonder label krijgen vanaf begin volgend jaar een voorlopig energielabel opgestuurd. Ze kunnen dit eenvoudig omzetten in een definitief energielabel door het te registreren via internet. Roest verwacht dat de interesse in energiebesparing zal stijgen met de stimulerende maatregelen uit het energieakkoord, zoals het energiebespaarfonds en verruiming van de hypotheek. Het energielabel speelt daarin een belangrijke rol, aldus Roest.

Masterclasses

Na de plenaire bijeenkomst namen de congresgangers deel aan twee van de vier masterclasses. Deze gingen niet alleen over de wijzigingen met het energielabel voor woningen, maar ook over het energielabel voor utiliteitsbouw, dat sinds 1 juli 2014 verplicht is voor nieuwbouw.

Masterclass 1: Nieuwe vereenvoudigde energielabel woningbouw

Vanaf 1 januari 2015 wordt het vereenvoudigde energielabel verplicht bij transacties van woningen. Daarnaast zal het huidige systeem blijven bestaan als de ‘Energie Index’, die mede de huurwaarde bepaalt. Bij het energielabel vanaf 1 januari is een rol weggelegd voor de erkend deskundige. Bij de Energie Index blijft dit de EPA-opnemer en adviseur. Gerben Roest (BZK) gaf een lezing over wet- en regelgeving en het waarom van een nieuw systeem. Ed Blankestijn (RVO) sprak over de erkende deskundigen, onder voorzitterschap van Karin de Ferrante (F&B). Veel vragen kwamen uit de zaal, vooral over de rol en functie van de extern deskundigen. RVO gaf aan de dat eerste instructiebijeenkomsten op 8, 15 en 16 december plaatsvinden.

In de nieuwe systematiek ontvangen alle woningeigenaren een voorlopig energielabel, dat zij zelf moeten omzetten in een definitief label als zij hun woning willen verkopen of verhuren. Dit gebeurt via een webapplicatie die nog in ontwikkeling is. De woningeigenaar selecteert een erkend deskundige en stelt de benodigde bewijslast ter beschikking. In principe controleert de erkend deskundige via de web-applicatie de aangeleverde bewijsstukken op afstand. Alleen als de woningeigenaar hulp wil bij het aanpassen van de woningkenmerken of bij het verzamelen van de bewijsstukken kan de rol van de erkend deskundige groter zijn.

Masterclass 2: Energie-Index op basis van het Nader Voorschrift

Vanaf 1 januari 2015 treedt het Nader Voorschrift bij NEN 7120 in werking. Hierdoor komen er wijzigingen in de bepaling van de Energie-Index (EI) van bestaande woningen. De waarde van huurwoningen is afhankelijk van de Energie-index.

Tijdens deze masterclass ging Joris Berben van BuildDesk, medeopsteller van het Nader Voorschrift, in op de verschillen tussen de oude en de nieuwe methode. Door introductie van het Nader Voorschrift sluit de methodiek voor de Energie-Index aan op de relevante normen NEN 7120, NEN 1068 en NEN 8088. De nieuwe methodiek is wat genuanceerder dan de huidige methodiek uit ISSO publicatie 82.1. Rekentechnisch liggen de grootste verschillen in het tapwater (nu mogelijk meerdere systemen in te voeren), ventilatie (rekenkundige correcties) en transmissie (o.a. isolatie kruipruimte). Door de wijziging is de getalswaarde van de EI niet meer te vergelijken met de huidige getalswaarde. Ondanks de doelstelling om woningen zoveel mogelijk dezelfde energieklasse te laten houden, zijn hier kleine verschillen in ontstaan. Ongeveer 60% blijft in dezelfde klasse, 37% verschuift één klasse en 3% verschuift twee klassen. 3 scans bij in totaal 27.500 woningen laat ongeveer hetzelfde resultaat zien. De meeste reacties uit het publiek gingen over deze verschillen in labelklasse en hoe zij dit hun klanten (woningcorporaties) uit moeten leggen.

Arjan Broers (Senergy Consult) sprak over de opname in de praktijk. Hij verwacht dat de opnametijd voor de adviseur slechts enkele minuten langer zal duren, afhankelijk van kennis en ervaring. Extra op te nemen items voor de thermische schil zijn de perimeter, de veranderde manier van de oppervlakte (binnenwerks in plaats van buitenwerks), zonwering en overstekken voor glasvlakken en kruipruimte isolatie. Verder zijn afgiftesystemen voor verwarming, koeling en PVT systemen toegevoegd. Vanwege deze nieuwe systemen is het ook mogelijk voor meer onderdelen kwaliteitsverklaringen in te voeren. Zowel de huidige verklaringen als de verklaringen voor NEN 7120 mogen straks toegepast worden in de nieuwe methodiek.

Masterclass 3: Energielabel nieuwbouw utiliteitsbouw

Sinds 1 juli 2014 is het energielabel voor nieuwe utiliteitsgebouwen verplicht. Dat houdt in dat de EPC bij oplevering aangetoond moet worden. Dat kan via twee methoden, vertelde Kees Arkesteijn (ISSO). De basismethode is gelijk aan de methode die tussen 2011 en juli 2014 is gebruikt. In de detailmethode is de EPC niet direct om te rekenen naar het energielabel, maar moet het label worden bepaald door informatie tijdens het bouwproces vast te leggen. Afwijkingen zijn binnen een bepaalde marge toegestaan, maar daarbuiten is een herberekening van de EPC nodig. Bij 80 procent van de utiliteitsgebouwen was een herberekening nodig, zegt Arkesteijn. Hij baseert zijn uitspraak op een pilotproject van Nieman in het voorjaar van 2012 en een pilotproject van DWA rond de jaarwisseling van 2012 en 2013.

Maurits Laven van BuildingLabel gaf onlangs het eerste energielabel voor nieuwe utiliteitsgebouwen af. Door de gewijzigde methoden om het energielabel te bepalen moet hij intensiever samenwerken met andere partijen. Als de bouwer kiest voor andere isolatie moet dat worden doorgegeven. Ook gaan niet alle EPC-berekeningen goed. In dat geval moet de berekening opnieuw worden uitgevoerd. Dat kost zo een paar uur extra tijd. Een labelaar kan het verzamelen van bewijzen zelf uitvoeren, maar ook uitbesteden. Belangrijk is dat dit gaat volgens de normen van ISSO, zoals een foto maken van het isolatiemateriaal. Laven sprak over een case bij een keukencentrum, waarbij andere isolatie werd gekozen. Uit controle met een foto bleek dat dit net paste binnen de marges voor de EPC.

Masterclass 4: Kwaliteitsverbetering van het EPA-U label

Raymond Moelard van Enerdeco vertelde over het rapport van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de conclusies die hier uit voort kwamen. Hij besprak de meest geconstateerde fouten bij het opnemen van een EPA-U label, de oorzaken van deze fouten en oplossingsrichtingen voor deze fouten. Roel Jonkman vertelde welke drie instrumenten FedEC wil inzetten om de kwaliteit van het EPA-U label te verbeteren. Deze instrumenten zijn: bijscholing voor EPA-U adviseurs, verbetering van het energielabel via het Plein Overheid (PLEIO) en de erkenningsregeling. Ewoud van der Koogh ging dieper in op de erkenningsregeling en vertelde waarom deze regeling er moet komen, wat de erkenningsregeling toevoegt aan kwaliteitsverbetering en hoe de regeling georganiseerd zal gaan worden. Na deze drie presentaties was er ruimte voor een discussie met de aanwezigen. Er werden veel interessante vragen gesteld en meningen gedeeld. De input van de aanwezigen zal worden meegenomen in het verbeteringsproces van het EPA-U label.

Bron: Fedec

Duurzaam gemeentelijk vastgoed

Met behulp van de Leidraad ’Verduurzamen meerjaren onderhoud van gemeentelijk vastgoed’ kunnen gemeenten hun planmatig onderhoud verduurzamen.

Duurzame Meerjaren Onderhoudsplanning (DMOP)

De Leidraad gaat in op verduurzaming van de meerjaren onderhoudsplanning (D-MOP). Dat houdt in dat energiebesparende maatregelen niet lukraak genomen worden, maar gecombineerd worden met het planmatig onderhoud. Zo kan bij het vervangen van kozijnen kan ook gelijk voor HR++ glas worden gekozen en ventilatieroosters worden geplaatst. Bij het vervangen van een ketel kan voor een HR-variant gekozen. “Het gaat in feite niet over duurzaamheid, maar over rationele investeringsbeslissingen”, stelt wethouder Huib van Olden van de gemeente Den Bosch in de leidraad. Met het behalen van klimaatdoelstellingen is meteen ook geld te besparen, wordt als een bijkomend voordeel genoemd. Gemeentehuizen, scholen, zwembaden of brandweerkazernes. Ze kunnen veel energiezuiniger in bedrijf zijn, maar hoe regel je dit in de Meerjaren onderhoudsplanning?

Stappenplan

De leidraad ‘Verduurzamen meerjaren onderhoud van gemeentelijk vastgoed’ geeft een stappenplan:

  1. Initiatief: het vinden van bestuurlijk draagvlak en het vormen van een projectteam.
  2. Verkenning: het inventariseren van doelstellingen en het opstellen van een projectbeschrijving.
  3. Inventarisatie: het actualiseren van de bestaande onderhoudsplanning en het opstellen van een pakket aan maatregelen.
  4. Definitie: het formuleren van ambities en scenario’s.
  5. Uitwerking: het uitwerken van de scenario’s tot business cases.
  6. Besluitvorming: de keuze voor een casus en dit bespreken met de gemeenteraad.
  7. Planning: het opnemen van de maatregelen in het onderhoudsplan.
  8. Realisatie en monitoring: het uitvoeren van de maatregelen en het monitoren van de prestaties.

De leidraad DMOP voor gemeenten is hier te downloaden.

Bron: Gemeente.nu

Wijzigingen energieprestatie voor utiliteit

Er zijn een aantal aanstaande wijzigingen op het gebied van kenbaarheid van de energie prestaties bij utiliteitsbouw. RVO (voorheen AgentschapNL) en ISSO zijn bezig met het nieuwbouw energielabel voor utiliteitsbouw. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken kondigde de invoering hiervan en sanctioneringsmaatregelen aan in de Staatscourant.

Om wat helderheid te bieden, hebben wij een overzicht gemaakt, zodat u weet waar u aan toe bent.

Overzicht EP Utiliteit
Bouwaanvraag voor utiliteitsbouw

In de ontwerpfase wordt een utiliteitsgebouw door een adviesbureau gesimuleerd op diverse gebouwprestaties, waaronder de Energie Prestatie Coëfficiënt. Bij de bouwaanvraag moet voldaan worden aan de EPC eisen. Adviseurs hebben geen CITO-examen nodig, omdat zij ook geen label afmelden.

Oplevering utiliteitsbouw

Vanaf 1 juli 2014 moet ieder utiliteitsgebouw zijn voorzien van een energielabel volgens de EPG (NEN7120) methodiek. Een adviesbureau dient in het bezit zijn van een BRL9500-06 certificering. De EPN adviseur zal tijdens de bouw en bij oplevering controleren of de werkelijke energieprestatie voldoet aan de EPC-berekening uit de bouwaanvraag. Dat doet hij door visuele inspecties en verzamelde bewijslast tijdens de bouw. De conclusie is dat het gebouw voldoet aan de oorspronkelijke berekening, OF dat er een herberekening nodig is om de werkelijke energieprestatie klasse en daarmee het energielabel te bepalen.

Per 1 januari 2015 wordt hier een sanctie bij opgelegd in de vorm van een bestuurlijke boete.

 

Mutatie utiliteitsbouw > 10 jaar

Op mutatiemomenten (verkoop, verhuur) van utiliteitsgebouwen dient een energielabel overlegt te worden. Deze was al verplicht, maar per 1 januari 2015 komt hier een sanctie bij in de vorm van een bestuurlijke boete. Voor het afmelden van labels moet een bedrijf in het bezit zijn van een BRL9500-03 certificering. De adviseur dient een CITO-examen met goed gevolg te hebben afgelegd (adviseur worden vermeld op de site van KvINL).

Mutatie utiliteitsbouw tot 10 jaar

Voor deze gebouwen geldt dat gekozen kan worden tussen de methodiek voor bestaande bouw EPA-U (ISSO75) en nieuwbouw EPG (NEN7120). Als de verwachting is dat een gebouw beter scoort dan een A-label, wordt aanbevolen gebruik te maken van de nieuwbouw methodiek, waarin de nieuwste technieken meegenomen worden. Het is dan mogelijk om A+, A++ en A+++ labels op te stellen en af te melden.

Ook hier geldt de verplichting van een energielabel en per 1 januari 2015 een sanctie in de vorm van een bestuurlijke boete.

Bron: Vabi Software

Invoering Energielabel utiliteitsbouw per 1 juli 2014

minister-blok

Op 29 augustus heeft minister Blok een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin hij bericht over de planning rond de invoering van de Europese EPBD-regelgeving en daarmee het energielabel en het energieprestatiecertificaat voor woningen.

Ook schrijft hij dat het oorspronkelijke voorstel voor energielabels utiliteitsbouw van november 2012 ongewijzigd wordt ingevoerd. Dit houdt in dat voor het energielabel utiliteitbouw wél gebruik wordt gemaakt van de verplichte oplevertoets. In het eerste kwartaal van 2014 komt hier meer informatie over beschikbaar, zo meldt de brief.

Wat dit betekent voor het energielabel voor winkels wordt uit de brief niet duidelijk. Uit onderzoek van ingenieursbureau DWA in opdracht van AgentschapNL naar praktijkervaringen met de oplevertoets bleek dat het bepalen van energielabels voor winkels moeizaam verliep, omdat een deel van het energielabel afhankelijk is van de invulling door de retailer zelf. Een oplossing zou kunnen worden gevonden in een duo-label, zoals dat ook voor bestaande winkels is ontwikkeld.

Bron: LenteAkkoord