Tag Archive for EPBD

Wat verandert er rond het energielabel?

Rondom het energielabel gaat veel veranderen, zowel bij woningen als bij de utiliteitsgebouwen. Het Nationaal Energielabel Congres op 8 oktober ging nader in op de verschillende veranderingen.

De Tweede Kamer is akkoord met het nieuwe, vereenvoudigde energielabel voor woningen. Dat vertelt Gerben Roest (BZK) aan het begin van het congres. Hij waarschuwt echter om scherp te blijven op de kwaliteit van het label. Bij huurwoningen is het energielabel al een veelgebruikt middel, maar veel particuliere woningen zijn nog zonder label omdat de meeste eigenaren geen interesse tonen in energiebesparing. Woningeigenaren zonder label krijgen vanaf begin volgend jaar een voorlopig energielabel opgestuurd. Ze kunnen dit eenvoudig omzetten in een definitief energielabel door het te registreren via internet. Roest verwacht dat de interesse in energiebesparing zal stijgen met de stimulerende maatregelen uit het energieakkoord, zoals het energiebespaarfonds en verruiming van de hypotheek. Het energielabel speelt daarin een belangrijke rol, aldus Roest.

Masterclasses

Na de plenaire bijeenkomst namen de congresgangers deel aan twee van de vier masterclasses. Deze gingen niet alleen over de wijzigingen met het energielabel voor woningen, maar ook over het energielabel voor utiliteitsbouw, dat sinds 1 juli 2014 verplicht is voor nieuwbouw.

Masterclass 1: Nieuwe vereenvoudigde energielabel woningbouw

Vanaf 1 januari 2015 wordt het vereenvoudigde energielabel verplicht bij transacties van woningen. Daarnaast zal het huidige systeem blijven bestaan als de ‘Energie Index’, die mede de huurwaarde bepaalt. Bij het energielabel vanaf 1 januari is een rol weggelegd voor de erkend deskundige. Bij de Energie Index blijft dit de EPA-opnemer en adviseur. Gerben Roest (BZK) gaf een lezing over wet- en regelgeving en het waarom van een nieuw systeem. Ed Blankestijn (RVO) sprak over de erkende deskundigen, onder voorzitterschap van Karin de Ferrante (F&B). Veel vragen kwamen uit de zaal, vooral over de rol en functie van de extern deskundigen. RVO gaf aan de dat eerste instructiebijeenkomsten op 8, 15 en 16 december plaatsvinden.

In de nieuwe systematiek ontvangen alle woningeigenaren een voorlopig energielabel, dat zij zelf moeten omzetten in een definitief label als zij hun woning willen verkopen of verhuren. Dit gebeurt via een webapplicatie die nog in ontwikkeling is. De woningeigenaar selecteert een erkend deskundige en stelt de benodigde bewijslast ter beschikking. In principe controleert de erkend deskundige via de web-applicatie de aangeleverde bewijsstukken op afstand. Alleen als de woningeigenaar hulp wil bij het aanpassen van de woningkenmerken of bij het verzamelen van de bewijsstukken kan de rol van de erkend deskundige groter zijn.

Masterclass 2: Energie-Index op basis van het Nader Voorschrift

Vanaf 1 januari 2015 treedt het Nader Voorschrift bij NEN 7120 in werking. Hierdoor komen er wijzigingen in de bepaling van de Energie-Index (EI) van bestaande woningen. De waarde van huurwoningen is afhankelijk van de Energie-index.

Tijdens deze masterclass ging Joris Berben van BuildDesk, medeopsteller van het Nader Voorschrift, in op de verschillen tussen de oude en de nieuwe methode. Door introductie van het Nader Voorschrift sluit de methodiek voor de Energie-Index aan op de relevante normen NEN 7120, NEN 1068 en NEN 8088. De nieuwe methodiek is wat genuanceerder dan de huidige methodiek uit ISSO publicatie 82.1. Rekentechnisch liggen de grootste verschillen in het tapwater (nu mogelijk meerdere systemen in te voeren), ventilatie (rekenkundige correcties) en transmissie (o.a. isolatie kruipruimte). Door de wijziging is de getalswaarde van de EI niet meer te vergelijken met de huidige getalswaarde. Ondanks de doelstelling om woningen zoveel mogelijk dezelfde energieklasse te laten houden, zijn hier kleine verschillen in ontstaan. Ongeveer 60% blijft in dezelfde klasse, 37% verschuift één klasse en 3% verschuift twee klassen. 3 scans bij in totaal 27.500 woningen laat ongeveer hetzelfde resultaat zien. De meeste reacties uit het publiek gingen over deze verschillen in labelklasse en hoe zij dit hun klanten (woningcorporaties) uit moeten leggen.

Arjan Broers (Senergy Consult) sprak over de opname in de praktijk. Hij verwacht dat de opnametijd voor de adviseur slechts enkele minuten langer zal duren, afhankelijk van kennis en ervaring. Extra op te nemen items voor de thermische schil zijn de perimeter, de veranderde manier van de oppervlakte (binnenwerks in plaats van buitenwerks), zonwering en overstekken voor glasvlakken en kruipruimte isolatie. Verder zijn afgiftesystemen voor verwarming, koeling en PVT systemen toegevoegd. Vanwege deze nieuwe systemen is het ook mogelijk voor meer onderdelen kwaliteitsverklaringen in te voeren. Zowel de huidige verklaringen als de verklaringen voor NEN 7120 mogen straks toegepast worden in de nieuwe methodiek.

Masterclass 3: Energielabel nieuwbouw utiliteitsbouw

Sinds 1 juli 2014 is het energielabel voor nieuwe utiliteitsgebouwen verplicht. Dat houdt in dat de EPC bij oplevering aangetoond moet worden. Dat kan via twee methoden, vertelde Kees Arkesteijn (ISSO). De basismethode is gelijk aan de methode die tussen 2011 en juli 2014 is gebruikt. In de detailmethode is de EPC niet direct om te rekenen naar het energielabel, maar moet het label worden bepaald door informatie tijdens het bouwproces vast te leggen. Afwijkingen zijn binnen een bepaalde marge toegestaan, maar daarbuiten is een herberekening van de EPC nodig. Bij 80 procent van de utiliteitsgebouwen was een herberekening nodig, zegt Arkesteijn. Hij baseert zijn uitspraak op een pilotproject van Nieman in het voorjaar van 2012 en een pilotproject van DWA rond de jaarwisseling van 2012 en 2013.

Maurits Laven van BuildingLabel gaf onlangs het eerste energielabel voor nieuwe utiliteitsgebouwen af. Door de gewijzigde methoden om het energielabel te bepalen moet hij intensiever samenwerken met andere partijen. Als de bouwer kiest voor andere isolatie moet dat worden doorgegeven. Ook gaan niet alle EPC-berekeningen goed. In dat geval moet de berekening opnieuw worden uitgevoerd. Dat kost zo een paar uur extra tijd. Een labelaar kan het verzamelen van bewijzen zelf uitvoeren, maar ook uitbesteden. Belangrijk is dat dit gaat volgens de normen van ISSO, zoals een foto maken van het isolatiemateriaal. Laven sprak over een case bij een keukencentrum, waarbij andere isolatie werd gekozen. Uit controle met een foto bleek dat dit net paste binnen de marges voor de EPC.

Masterclass 4: Kwaliteitsverbetering van het EPA-U label

Raymond Moelard van Enerdeco vertelde over het rapport van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de conclusies die hier uit voort kwamen. Hij besprak de meest geconstateerde fouten bij het opnemen van een EPA-U label, de oorzaken van deze fouten en oplossingsrichtingen voor deze fouten. Roel Jonkman vertelde welke drie instrumenten FedEC wil inzetten om de kwaliteit van het EPA-U label te verbeteren. Deze instrumenten zijn: bijscholing voor EPA-U adviseurs, verbetering van het energielabel via het Plein Overheid (PLEIO) en de erkenningsregeling. Ewoud van der Koogh ging dieper in op de erkenningsregeling en vertelde waarom deze regeling er moet komen, wat de erkenningsregeling toevoegt aan kwaliteitsverbetering en hoe de regeling georganiseerd zal gaan worden. Na deze drie presentaties was er ruimte voor een discussie met de aanwezigen. Er werden veel interessante vragen gesteld en meningen gedeeld. De input van de aanwezigen zal worden meegenomen in het verbeteringsproces van het EPA-U label.

Bron: Fedec

Wijzigingen energieprestatie voor utiliteit

Er zijn een aantal aanstaande wijzigingen op het gebied van kenbaarheid van de energie prestaties bij utiliteitsbouw. RVO (voorheen AgentschapNL) en ISSO zijn bezig met het nieuwbouw energielabel voor utiliteitsbouw. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken kondigde de invoering hiervan en sanctioneringsmaatregelen aan in de Staatscourant.

Om wat helderheid te bieden, hebben wij een overzicht gemaakt, zodat u weet waar u aan toe bent.

Overzicht EP Utiliteit
Bouwaanvraag voor utiliteitsbouw

In de ontwerpfase wordt een utiliteitsgebouw door een adviesbureau gesimuleerd op diverse gebouwprestaties, waaronder de Energie Prestatie Coëfficiënt. Bij de bouwaanvraag moet voldaan worden aan de EPC eisen. Adviseurs hebben geen CITO-examen nodig, omdat zij ook geen label afmelden.

Oplevering utiliteitsbouw

Vanaf 1 juli 2014 moet ieder utiliteitsgebouw zijn voorzien van een energielabel volgens de EPG (NEN7120) methodiek. Een adviesbureau dient in het bezit zijn van een BRL9500-06 certificering. De EPN adviseur zal tijdens de bouw en bij oplevering controleren of de werkelijke energieprestatie voldoet aan de EPC-berekening uit de bouwaanvraag. Dat doet hij door visuele inspecties en verzamelde bewijslast tijdens de bouw. De conclusie is dat het gebouw voldoet aan de oorspronkelijke berekening, OF dat er een herberekening nodig is om de werkelijke energieprestatie klasse en daarmee het energielabel te bepalen.

Per 1 januari 2015 wordt hier een sanctie bij opgelegd in de vorm van een bestuurlijke boete.

 

Mutatie utiliteitsbouw > 10 jaar

Op mutatiemomenten (verkoop, verhuur) van utiliteitsgebouwen dient een energielabel overlegt te worden. Deze was al verplicht, maar per 1 januari 2015 komt hier een sanctie bij in de vorm van een bestuurlijke boete. Voor het afmelden van labels moet een bedrijf in het bezit zijn van een BRL9500-03 certificering. De adviseur dient een CITO-examen met goed gevolg te hebben afgelegd (adviseur worden vermeld op de site van KvINL).

Mutatie utiliteitsbouw tot 10 jaar

Voor deze gebouwen geldt dat gekozen kan worden tussen de methodiek voor bestaande bouw EPA-U (ISSO75) en nieuwbouw EPG (NEN7120). Als de verwachting is dat een gebouw beter scoort dan een A-label, wordt aanbevolen gebruik te maken van de nieuwbouw methodiek, waarin de nieuwste technieken meegenomen worden. Het is dan mogelijk om A+, A++ en A+++ labels op te stellen en af te melden.

Ook hier geldt de verplichting van een energielabel en per 1 januari 2015 een sanctie in de vorm van een bestuurlijke boete.

Bron: Vabi Software

Herhalingsonderzoek betrouwbaarheid energielabels bij utiliteitsbouw

Bij elk transactiemoment (verhuur of verkoop) van onroerend goed moet een maximaal 10 jaar oud energielabel worden getoond. In 2008/2009, 2010 en 2011 heeft de voormalige VROM-Inspectie onderzoeken uitgevoerd naar het gebruik en de betrouwbaarheid van deze energielabels bij woningen.

In 2011 is een onderzoek naar de betrouwbaarheid van energielabels bij utiliteitsgebouwen uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn in maart 2013 door de minister van Wonen en Rijksdienst aan de Tweede Kamer aangeboden met de toezegging dat er in 2013 een herhalingsonderzoek zou worden uitgevoerd.

In dit rapport van 19 november 2013 zijn de resultaten van dit herhalingsonderzoek naar de betrouwbaarheid van energielabels bij utiliteitsgebouwen (kortweg ubouw) opgenomen.

Verplicht energielabel voor nieuwe utiliteitsgebouwen

Naar verwachting moeten nieuw opgeleverde utiliteitsgebouwen per 1 juli 2014 zijn voorzien van een Energielabel, waarbij de feitelijk gerealiseerde energiebesparende maatregelen zijn doorgerekend.

Methode nieuwe gebouwen

Dit Energielabel moet zijn afgegeven door een voor BRL 9500-06 “Energielabel – methode nieuwe utiliteitsgebouwen”, gecertificeerde organisatie. Het is het voornemen van het Ministerie van BZK deze verplichting per januari 2014 wettelijk te verankeren in de Regeling Energieprestatie Gebouwen. De BRL 9500-06 verwijst naar de nieuwste versie van het opnameprotocol op basis waarvan het Energielabel wordt vastgesteld. Dit opnameprotocol is als hoofdstuk 8 opgenomen in de ISSO-publicatie 75.1.

Methodiek en opnameprotocol

Bedrijven die labels voor nieuw opgeleverde utiliteitsgebouwen willen gaan afgeven, kunnen zich vanaf nu op certificatie gaan voorbereiden. Op de website van ISSO is hoofdstuk 8: “Detailmethodiek voor nieuwbouw en overige energiezuinige U-gebouwen” te vinden. En ook twee andere hoofdstukken van de in het voorjaar van 2014 te verschijnen nieuwe ISSO-publicatie 75.1 te weten: hoofdstuk 7, dat de gewijzigde methodiek voor het vaststellen van het Energielabel bestaande utiliteitsgebouwen bevat, en hoofdstuk 6 dat beschrijft wanneer welke methodiek dient te worden gevolgd. Met de invulling van deze hoofdstukken wordt voldaan aan de eisen gesteld door de EPBD-recast voor het opstellen en afgeven van Energielabels voor de utiliteitsbouw.

Opleiding en certificering

Naast het bestaande opleidingsmateriaal voor bestaande bouw is er ook opleidingsmateriaal voor het Energielabel nieuwbouw ontwikkeld. Dit opleidingsmateriaal is verkrijgbaar bij ISSO. Om het bewijs van vakbekwaamheid voor de in BRL 9500-06 opgenomen detailmethodiek te kunnen behalen zullen er vanaf maart 2014 door CITO examens worden afgenomen.

Bron: ISSO