Tag Archive for monitoring

Meten is weten: monitoring

Het verlagen van het energieverbruik en de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving is al lang geen vrijblijvende optie meer. Het is een randvoorwaarde.

De EU heeft bepaald dat alle nieuwe gebouwen en grote herontwikkelingen in 2020 bijna geheel energie- en CO2-neutraal moeten zijn. Over dat ‘bijna geheel’ zal nog wel gediscussieerd worden, maar veel speelruimte zal door Brussel niet gegeven worden. Niet alleen vanuit de overheid, maar ook vanuit andere opdrachtgevers neemt de druk toe om rekening te houden met energieverbruik.

Labels

Duurzaamheidslabels dragen in belangrijke mate bij aan de meetbaarheid van de duurzaamheid van gebouwen. Denk aan keurmerken als Greencalc+, EPC, GPR Gebouw, LEED en BREEAM-NL of aan het energielabel voor gebouwen. De meningen over de werking van de meetmethodes en de toepasbaarheid ervan lopen echter sterk uiteen. Diverse methodes zijn nog volop in ontwikkeling en variëren in breedte en focus.

Is een duurzaam gebouw energiezuiniger?

Niet alleen de bouw van een pand, maar ook het gebruik is bepalend voor de mate waarin een gebouw energiezuinig is. De huidige duurzaamheidslabels zeggen niet altijd alles over de energie-efficiëntie van het gebouw zelf, maar vooral over de extra voorzieningen of installaties die eraan zijn toegevoegd. Hierdoor zijn uitvluchten mogelijk voor ‘greenwashing‘ en volstaat het dus niet om enkel een label te geven aan een gebouw. Door het energieverbruik tijdens het gebruik van het gebouw te meten, is pas echt te bepalen hoe energiezuinig het is.

Dynamische meetmethoden en een integrale aanpak

Een slim gebouw is zo slim als zijn gebruiker. In bestaande meetmethodes wordt te weinig rekening gehouden met het gedrag van de gebruiker. Een groot nadeel van veel meetmethoden is dat ze statisch zijn: een gebouw krijgt een waardering op basis van een eenmalige toetsing. De energiezuinigheid van een duurzaam gebouw wordt teniet gedaan als deze niet goed wordt gebruikt.

Duurzame gebouwen zijn gebouwen die duurzaam zijn én blijven in het gebruik, niet alleen ten tijde van de oplevering. Daadwerkelijk energie besparen vraagt om continu monitoren van het energieverbruik tijdens het gebruik van een gebouw. Dit biedt belangrijke kostenvoordelen voor de gebruiker. Daarnaast zorgt monitoring voor een belangrijke bewustwording die de adoptie
van nieuwe duurzaamheidsinitiatieven door eigenaar en gebruiker bevordert.

ESCO

Een ESCO, oftewel Energy Service Company, biedt de investeerder (veelal de eigenaar van het gebouw) financiële en technische ontzorging. Daarbij krijgt de investeerder de garantie dat een vooraf overeengekomen energiebesparing wordt gerealiseerd in een gebouw. Bij veel andere initiatieven ziet men ondanks de energiesparingsinvestering de toegezegde besparingen teruglopen gedurende de gebruiksfase. Een ESCO biedt een oplossing door het gebruik intensief te monitoren en tijdig te signaleren wanneer ingrijpen nodig is.

De belangrijkste aanbevelingen:

  • Het monitoren van duurzaamheid in de gebruiksfase geeft de mogelijkheid de werkelijke impact op waardecreatie vast te stellen.
  • Het intern en extern aantoonbaar maken van duurzaamheid is essentieel in de bedrijfsvoering.
  • Certificering maakt duurzame prestaties inzichtelijk en signaleert betrouwbaarheid.
  • Beleggers kunnen gebruikers helpen om te sturen op energielasten door te investeren in de ontwikkeling zoals ICT tools en slimme meters.

Problemen met het binnenklimaat

Klimaatinstallaties hebben bij oplevering in principe een optimale, op het ontwerp afgestemde instelling. Tijdens de levenscyclus van een gebouw kunnen echter de instellingen van klimaatinstallaties veranderd zijn. Dat kan bijvoorbeeld door interne verhuizingen en verbouwingen, maar ook wijzigingen van de parameters bij onderhoud of gebruik leidt vaak tot minder optimale instellingen.

Klachten

Als klachten over het binnenklimaat zich gedurende de levensduur van een gebouw ontwikkelen, worden deze over het algemeen veroorzaakt door:

  • Uitvoeren van dagelijks beheer door gebouwgebruikers met onvoldoende specialistische kennis waardoor installaties verkeerd worden gebruikt.
  • Het slecht functioneren van de klimaatinstallatie, mogelijk door veroudering of door vaak en onzorgvuldig wijzigen van de parameters.
  • Wijzigingen in de indeling van (de inventaris van) het gebouw.
  • Verslechtering van de gebouwschil (bouwfysica).

Vaak is het een combinatie van de bovengenoemde oorzaken.

Oplossing

De oplossing is om de klimaatinstallaties functioneel te controleren en opnieuw in te regelen. Vervolgens kan beproefd worden of de nieuwe situatie voldoet aan de ontwerpcondities. De volgende stappen moeten hiervoor ondernomen worden:

  1. Functioneel controleren of de installatie conform de ontwerpcondities werkt.
  2. Indien er afwijkingen zijn, opnieuw inregelen van de installaties, zowel luchtzijdig als waterzijdig.
  3. Beproeven: monitoren van de werking van de klimaatinstallatie voor een bepaalde tijd. Waar nodig bijregelen.
  4. Eventueel: Installatie gereedmaken voor ‘continue monitoren’.

Resultaat

Indien het bovengenoemde goed uitgevoerd wordt, is het resultaat:

  • Blijvende energiebesparing: 10 – 15 % op gebouwniveau.
  • Comfortverbetering door een beter binnenklimaat.
  • Monitoren van het energiegebruik wordt mogelijk.
  • Bijdrage aan Nederlands duurzaamheidsambitie.

Monitoren

Na realisatie van de functionele controle en inregelen is het raadzaam een continue monitoring te starten. Hiermee wordt de geoptimaliseerde werking van de klimaatinstallaties geborgd en de gerealiseerde energiebesparing aantoonbaar gemaakt. Continu Monitoring betekent het blijvend bewaken en volgen van de werking van de klimaatinstallaties zoals: storingen, draaiuren, trends en dergelijke. Bij mogelijke afwijkingen in de prestaties van de klimaatinstallaties kan na analyse van de situatie bijgestuurd worden.